Vooral katholieken uit de de wijde omgeving, ook uit de Bommelerwaard kwamen naar Bokhoven. Deze 'katholieke enclave' binnen de grenzen van de Republiek, had de vrijheid om hun religie uit te kunnen oefenen. Begin 1700 zien we in de doopboek van Bokhoven dat er vaak dopen van kinderen uit naburige dorpen en/of van over de Maas ingeschreven werden.

Was de roomskatholieke enclave een oord voor gemakkelijke huwelijkssluiting?

Na de val van ‘s-Hertogenbosch in 1629 zou Bokhoven nog meer dan vooreen toevluchtsoord worden voor de katholieke geestelijken die niet langer in de tot dan toe veilig gewaande vestingstad konden verblijven. In 1640 werd de baronie Bokhoven door de keizer van het Roomse Rijk, Fredinand III, verheven tot graafschap. Op de achtergrond bij deze verheffing speelde waarschijnlijk heel duidelijk de wens om de baronie als graafschap meer aanzien te geven een grote rol. Met het oog op de vredesonderhandelingen tussen de Staatsen en Spanjaarden zou men dan sterker staan in het streven Bokhoven als een soeverein staatje, los van de door de Republiek overheerste Meierij, te laten blijven bestaan. Ook in 1660 kon de graafschap zijn vrijheid op politiek en religieus terrein behouden. De voorlopig laatste keer dat de graafschap te maken had met de internationale politiek was in 1672. Daarmee begon een periode waarin oorlogen en kortstondige perioden van vrede elkaar tot 1713 (Vrede van Utrecht) voortdurend afwisselden. Het is in deze periode dat Jan Matthee naar Bokhoven kwam om er te trouwen.

Katholieke adel

In de loop van de 16e eeuw kwam Venloon huidig Loon op Zand, door aantrouwen, in het geslacht van Immerselle welke leden de Heerlijkheid tot ongeveer het midden van de 18e eeuw in bezit hadden. Na de dood van de laatste telg uit het huis van Immerselle, die kinderloos was, werden door de vermeende erfgenamen verschillende ingewikkelde processen gevoerd totdat uiteindelijk de Heerlijkheid Loon op Zand aan de prins van Salm Salm werd toegewezen. De heren van Immerzeel hadden een relatie met zowel Loon op Zand als Bokhoven.

Pracht en praal
In het 16e eeuwse kerkje, met een toren uit de 15e eeuw, bevindt zich een praalgraf van graaf Engelbrecht van Immerzeel en zijn vrouw Helene de Montmorency.

 

Het grafmonument in Bokhoven was bedoeld voor de Predikherenkerk in Antwerpen maar is door de bijzondere tijdsomstandigheden in 1651 in de kleine kerk van de katholieke enclave Bokhoven terechtgekomen en gebleven.

 

Folcoldus Smidts, afkomstig uit ’s-Hertogenbosch, was pastoor van Bokhoven in de periode van 1684 tot 1712[1] en heeft zijn studie gevolgd in de abdij van Berne.

[1] AvB = Abdij van Berne: Kerkarchief Bokhoven, inv.nr. 528, register schepenresoluties aanstellingsakten ontlastbrieven, eedsformulieren etc. Bokhoven (1708-1808): Eenige stukken betreffende de armen van Bokhoven.