
Met de term ‘bovenbouw’ bedoel ik het langdurige genealogische onderzoek naar de ontbrekende schakel (missing link) tussen de bekende stamvader Jan Matthee (1673–1741) en zijn mogelijke voorouders. Het gaat niet uitsluitend om het vinden van de ouders van Jan Matthee, maar om het reconstrueren van zijn volledige voorouderlijke achtergrond en de historische aansluiting op de Vlaamse Antwerpse Kempen.
Inleiding
Jan Matthee trouwde op 1 januari 1701 te Bokhoven met Cornelia Geritsse van der Hoven. Met hem begint de doorlopend gedocumenteerde lijn van het geslacht Matthee, dat zich van de Antwerpse Noorderkempen naar West-Brabant verspreidde.[i] Wie zijn ouders waren, bleef ruim veertig jaar onbekend. Het vermoeden bestond dat hij een zoon was van Guiliam (Willem) Matthei en Adriana Proost uit Beerse, maar een sluitend bewijs ontbrak.[ii]
Dit artikel legt dat bewijs voor. Het steunt op een reeks schepenakten, staten van goed en kerkregisters uit Halle, Vosselaar en Beerse. De doorslag geeft een staat van goed van 9 mei 1688, waarin Jan uitdrukkelijk wordt genoemd als ‘den jonckxsten vande kinderen’ van wijlen Guilliam Mattheij en Adriana Proost.[iii]
In de lijn komen drie opeenvolgende generaties met de naam Jan voor. Om ze te onderscheiden, krijgen zij in dit artikel een rangnummer: Jan I Mathei, vorster te Halle en grootvader; Jan II Matthee, gedoopt te Beerse in 1673 en getrouwd te Bokhoven in 1701; en diens zoon Jan III. In eerdere publicaties heette Jan II nog ‘Jan I’, omdat zijn grootvader toen niet bekend was.
Veertig jaar zoeken…
De dopen van de vijf kinderen van Guiliam Matthei en Adriana Proost, vier dochters en een zoon, waren al in de jaren negentig gevonden. Zij werden gedoopt in Vosselaar (1661 en 1667), Halle (1664 en 1665) en Beerse (1673). Dat deze kinderen tot één gezin behoorden, kon toen niet worden aangetoond.
Tot 2000 werden de registers van 48 gemeenten in de Antwerpse Noorderkempen doorzocht op gezinnen met de namen Matthee, Matthei, Matthijssen, Thijs, Theeus en varianten. Dat leverde geen sluitende aansluiting op. Ook een eerste onderzoek naar kruisverbanden tussen doopgetuigen bleef zonder uitkomst. Daarna volgde onderzoek in de breedte: werkgevers, netwerken, werkzaamheden en woon- en werkplaatsen. De belangrijkste aanwijzingen werden op een rij gezet en gepubliceerd.[iv]
Een tweede doopgetuigenonderzoek, naar de stambomen van de doopgetuigen bij de kinderen van Jan II te Hedel, wees naar Turnhout en omgeving. Dat spoor leidde tot het bewijsmateriaal. In 2018 bleek dat Jan II in 1696 minderjarig en 23 jaar oud was.[v] In 2026 zijn alle akten opnieuw gelezen en in één chronologie gezet, waarbij gebruik is gemaakt van kunstmatige intelligentie bij de herstructurering van de tekst en bij deelonderzoeken.
De bewijsvoering
De vader van Guiliam
Guiliam werd op 31 december 1630 te Halle gedoopt als ‘Guillelmus filius Joannis Matthei et Margaretae van den Bogaerden’.[vi] Op 27 september 1663 leende Guiliam Mattheij, ‘man ende momboir van Adriana Proost Jansdochter’, fl. 200 van ‘Jan Proost sijn schoonvader’, tegen de penning twintig.[vii] In dezelfde akte verklaarde Jan Mattheij zich borg ‘voor den voorss. Guiliam sijnen sone’. Beide mannen ondertekenden: ‘Gilliam Mathei’ en ‘Jan Mathei’ (afb. 1). Deze Jan Mathei was in 1667 vorster van Halle.[viii] Daarmee vervalt de vroegere toeschrijving van Guiliam aan Adrianus Thijs en Goba Guilians.[ix]
Op 9 januari 1697 werd de lening in de kantlijn afgelost door Adriana Proost, ‘achtergelaeten weduwe wijlen Guilliam Mattheij’, toen gehuwd met Peeter Stappers. De ontvangers waren de erfgenamen van haar vader: haar broer Andries, haar zuster Elisabeth en de kinderen van haar overleden broers Jan en Frans Proost.
Het gezin
De doopinschrijvingen noemen telkens dezelfde ouders. Op 14 augustus 1661 werd te Vosselaar gedoopt ‘Adriana filia Guiliam Matthei et Adrianae Proost, legitimo thoro’ (afb. 2).[x] Op 12 november 1673 werd te Beerse gedoopt ‘Joannes filius Guiliami Matthei et Naenken Proost conjugum’, met als getuigen Frans en Elisabeth Proost, broer en zuster van de moeder (afb. 3).[xi] Op 25 april 1673 was Guiliam zelf doopgetuige te Vosselaar bij Joannes, zoon van Cornelis Proost en Passchijn Reijns.[xii] In 1681 werd de nalatenschap van Jan Proost en Catharina Lauwers verdeeld onder hun kinderen Andries, Frans, Adriana, ‘x Guilliam Matthei’, Elisabeth, gehuwd met Henrick Eelens, en de kinderen van wijlen Jan Proost en Maria Thijs.[xiii] Guiliam leefde dus nog in 1681, en Adriana was een dochter van Jan Proost en Catharina Lauwers.
Overlijden en voogdij
Guiliam werd in december 1685 te Beerse begraven: ‘sepultus est Guilielmus Matthei’ (afb. 4).[xiv] De inschrijving staat direct vóór die van 13 januari 1686. Bij de boedelverkoop van oktober 1686 traden Peeter Mattheij op als momboir en Andries Proost als toeziener van ‘de weeskinderen van wijlen Guilliam Mattheij’.[xv] De verwantschap tussen Peeter en Guiliam is niet vastgesteld.
De doorslaggevende akte van 9 mei 1688
De oudste dochter Adriana overleed vóór 9 mei 1688, ongehuwd en zonder kinderen. Haar bed, kleding en linnen werden verkocht en de opbrengst werd verdeeld in vier ‘cluften’, één voor ieder van haar erfgenamen. Over een tinnen teljoor met twee tinnen lepels staat in de marge (afb. 5):
‘Nihil. Jan Mattheij. Is gelaten aen den selven, wesende den jonckxsten vande kinderen.’
Het erfdeel van Jan werd ontvangen ‘bij Andries Proost sijnen momboir’. De akte werd gepasseerd ‘ter presentie van Peeter Mattheij als momboir ende Andries Proost als toesiender der minderjarighe kinderen van wijlen Guilliam Mattheij, daer moeder af leeft Adriana Proost […] beneffens Joanna, Lucia ende Elisabeth Mattheij haere dochters’.[xvi]
Deze akte bewijst drie zaken tegelijk. De vijf gedoopte kinderen vormden één gezin, want zij erven als broer en zusters van elkaar. Jan was een zoon van Guilliam Mattheij en Adriana Proost. En Jan was de jongste, zodat er na 1673 geen jongere broer met dezelfde naam kan zijn geweest.
Minderjarigheid in 1696
Op 24 oktober 1696 verzochten de weduwe en de voogden om toestemming de grond van het sterfhuis te verkopen. Het huis was in september ‘bij ongheluck’ afgebrand en het sterfhuis was zwaar belast met renten.[xvii] De akte spreekt van de ‘weeskinderen van wijlen […] Gilliam Mattheij daer moeder af is de voornoempde Adriaenken Proost’. Joanna was toen getrouwd met Adriaen Schepens, Elisabeth en Lucia waren meerderjarig. De enige minderjarige was Jan, bijna 23 jaar oud. Dat stemt overeen met de leeftijd van 23 jaar die voor Jan II in 1696 is vastgesteld.[xviii]
Woonplaatsen en verhuizing
Elke doop, akte en aankoop plaatst Guiliam op een bepaalde dag op een bepaalde plaats. In de staten van goed van Beerse komt hij vanaf 3 februari 1666 geregeld voor als koper bij boedelverkopingen, meestal met zijn schoonvader of zwager als borg.[xix] Daarnaast was hij van 1670 tot 1675 vaste klant van een smid te Beerse.[xx] Tabel 1 vat de vermeldingen samen.
Tabel 1. Vermeldingen van Guiliam Matthei en zijn gezin, 1630-1685.
| Datum | Plaats | Gebeurtenis |
| 31 dec. 1630 | Halle | doop Guiliam |
| 14 aug. 1661 | Vosselaar | doop dochter Adriana |
| 27 sept. 1663 | Beerse | lening van fl. 200; vader Jan borg |
| 6 april 1664 | Halle | doop dochter Joanna |
| 30 mei 1665 | Halle | doop dochter Elisabeth; laatste vermelding te Halle |
| 3 febr. 1666 | Beerse | koopt elf bomen (fl. 10:10); Jan Proost borg; eerste vermelding te Beerse |
| 23 maart 1667 | Beerse | koopt een pik; koe met Jan Proost |
| 19 nov. 1667 | Vosselaar | doop dochter Lucia |
| 28 febr. en 4 april 1669 | Beerse | kleine aankopen uit boedels |
| 1670-1675 | Beerse | klant van de smid: assen, raderen, ploegrol, ‘aen sijn ploegh’ |
| 10 dec. 1670 | Beerse | borg voor Hendrick Druijts |
| 8 juli 1671 | Beerse | koopt graan te velde op de Kerckenacker (fl. 13:17); Jan Proost borg |
| 1672 | Beerse | koopt een wateremmer en een ijzeren pot |
| 25 april 1673 | Vosselaar | doopgetuige |
| 12 nov. 1673 | Beerse | doop zoon Joannes (Jan II) |
| 17 april 1674 | Beerse | koopt een koekschep; borg voor Nicolaes Faes |
| 1681 | Beerse | deling nalatenschap Proost: Adriana ‘x Guilliam Matthei’ |
| 5 maart 1684 | Beerse | koopt een lakense broek (fl. 4:10); Andries Proost borg; laatste vermelding bij leven |
| dec. 1685 | Beerse | begraven |
Bronnen bij tabel 1: zie de noten bij de paragrafen ‘De bewijsvoering’ en ‘Woonplaatsen en verhuizing’.
De vermeldingen laten drie fasen zien. Tot omstreeks 1660 woonde Guiliam te Halle. Van 1661 tot 1665 pendelde het gezin tussen Halle en Beerse-Vosselaar; de dochters van 1664 en 1665 werden te Halle gedoopt. Vanaf februari 1666 woonde het gezin vast in Beerse-Vosselaar, dat toen één heerlijkheid vormde. De verhuizing viel dus tussen 30 mei 1665 en 3 februari 1666.
Bedrijf en bezit
Guiliam was landbouwer met een eigen bedrijf. Bij de boedelverkoop van oktober 1686 werden kavels verkocht voor omstreeks fl. 435. Daaronder waren een paard (fl. 55), koeien en kalveren, vier hooimijten, honderden bussels roggestro, een ploeg, eggen en karren.[xxi] Andries Proost kocht het paard, de beste koeien, het hooi, de ploeg en de karren, zodat het bedrijf in de familie bleef. In juli 1687 werd de graanoogst te velde verkocht; de Bussel Acker behoorde aan Anna Vruijdens en werd in deelpacht bewerkt.[xxii]
De naam van de Bussel Acker leeft voort in de straat Busselen, die door het gehucht Heylaer loopt, ten noorden van de dorpskern van Beerse. In hetzelfde gehucht lag het erfdeel dat Adriana Proost van haar vader had gekregen: een kamer met halve hoogkamer en kelder, die zij in maart 1698 aan haar broer Andries verkocht.[xxiii] De Ferraris-kaart van 1771-1778 toont Heylaer als een kleine kern van boerderijen tussen door houtwallen omgeven akkers en weiden (afb. 6).[xxiv]
Na de brand van september 1696 werden de driesch met boomgaard waarop het huis had gestaan, een landblok en een klein driesken verkocht voor samen fl. 543.[xxv] Adriana Proost kocht in maart 1698 met haar tweede man Peeter Stappers een huis bij de kerk te Beerse. Op 24 juli 1698 maakten zij een gezamenlijk testament.[xxvi] Adriana werd op 8 juli 1737 als ‘vidua [Peeter] Stappaerts’ in de kerk van Beerse begraven.[xxvii] Indien zij de in 1641 gedoopte Adriana is, werd zij 96 jaar oud.
de Heylaer Beerse

Afb. Het gehucht Heylaer ten noorden van de dorpskern van Beerse, waar nu de straat Busselen loopt. Uitsnede uit de Kabinetskaart der Oostenrijkse Nederlanden (Ferraris-kaart), 1771-1778 (Koninklijke Bibliotheek van België, Brussel).
Conclusie
De afstamming van Jan II Matthee staat niet in één akte, maar volgt uit een reeks onafhankelijke primaire bronnen die elkaar nergens tegenspreken. De akte van 1663 noemt Jan I Mathei als vader van Guiliam. De doopakten noemen Guiliam Matthei en Adriana Proost als ouders van vijf kinderen. De staat van goed van 9 mei 1688 bewijst dat deze kinderen één gezin vormden en noemt Jan als de jongste. In 1696 was Jan de enige minderjarige wees, 23 jaar oud, wat overeenstemt met de leeftijd van Jan II in dat jaar. Op grond hiervan wordt de afstamming ingedeeld in bewijsklasse A. De vindplaats van de vermelding uit 1696 en de huwelijksakte te Bokhoven moeten nog met archief en inventarisnummer worden vastgelegd.
Afb. 1. Schepenakte Beerse, 27 september 1663, fol. 69: lening van fl. 200, met de handtekeningen ‘Gilliam Mathei’ en ‘Jan Mathei’; in de kantlijn de aflossing van 9 januari 1697 (Rijksarchief Beveren, Schepenbank Beerse; zie noot 7).

Afb. 1. Schepenakte Beerse, 27 september 1663, fol. 69: lening van fl. 200, met de handtekeningen ‘Gilliam Mathei’ en ‘Jan Mathei’; in de kantlijn de aflossing van 9 januari 1697 (Rijksarchief Beveren, Schepenbank Beerse; zie noot 7).
Voorlopig beknopte Genealogie
- Joannes (Jan) Mathei (Jan I), vorster te Halle (1667), tr. Margareta van den Bogaert.
Uit dit huwelijk:
- Guiliam, volgt II.
- Guiliam (Guilielmus, Gieliam) Matthei, ged. Halle 31 dec. 1630 (get.: Christianus Dielens en Catharina Vervloet), landbouwer te Beerse 1666-1685, begr. Beerse dec. 1685, tr. omstreeks 1660/1661 Adriana (Adriaenken, Naenken) Proost, ged. Beerse 9 jan. 1641 (get.: Dionysius Lauwers en Joanna Janssens), begr. Beerse 8 juli 1737 (in de kerk), dr. van Jan Proost en Catharina Lauwers; zij hertr. Beerse 31 jan. 1693 (get.: Judocus Proost en Cornelius […], na dispensatie van bloedverwantschap in de derde en vierde graad) Peeter Stappers, vorster te Beerse.[xxviii]
Guiliam leende in 1663 fl. 200 van zijn schoonvader, met zijn vader als borg. Vanaf 1666 kocht hij geregeld in boedelverkopingen te Beerse en stond hij borg voor dorpsgenoten. Zijn bedrijf omvatte bij zijn overlijden een paard, rundvee, hooi, stro en landbouwgereedschap. Het huis brandde in september 1696 af; de grond werd daarna verkocht.
Uit dit huwelijk:
- Adriana, ged. Vosselaar 14 aug. 1661 (get.: Cornelius Proost en Lisabeth Wouters), overl. ongehuwd vóór 9 mei 1688.
- Joanna (Jenneken), ged. Halle 6 april 1664 (get.: Joannes van Sand en Joanna de Reuver), tr. vóór 24 okt. 1696 Adriaen Schepens.
- Elisabeth, ged. Halle 30 mei 1665 (get.: Joannes van de Velde en Cornelia van de Velde), meerderjarig 1696.
- Lucia, ged. Vosselaar 19 nov. 1667 (get.: Joannes Proost en Joanna Brocx).
- Joannes (Jan), volgt III.
III. Joannes (Jan) Matthee (Jan II), ged. Beerse 12 nov. 1673 (get.: Frans Proost en Elisabeth Proost), minderjarig 1688 en 1696, tr. Bokhoven 1 jan. 1701 Cornelia Geritsse van der Hoven.
In 1688 werd Jan ‘den jonckxsten vande kinderen’ genoemd, met zijn oom Andries Proost als momboir. Het ouderlijk bedrijf ging na de brand van 1696 verloren. Kort daarna vertrok hij naar het Maasland; een bron voor de reden ontbreekt.
Uit dit huwelijk onder anderen:
- Jan (Jan III).
Afbeeldingen
[i] G.W.H. Matthee, MATTHEE, Maturo Movendo Modo. Geslacht van Noorderkempen naar West-Brabant (z.p. 2026). Huwelijk Bokhoven 1 jan. 1701: vindplaats nog aan te vullen.
[ii] http://matthee.info/hypothese/ (geraadpleegd 31 okt. 2026).
[iii] FamilySearch, Schepenbank Beerse, staten van goed 1686-1689, vol. 192, film 008699236, opn. 168-171, 9 mei 1688.
[iv] http://matthee.info/verwantschap-matthee-versus-proost/ (geraadpleegd 31 okt. 2026).
[v] Eigen vondst van de auteur (2018); vindplaats nog aan te vullen.
[vi] FamilySearch, r.k. parochie Halle, doopaantekeningen 1620-1641, opn. 232, fol. 46, 31 dec. 1630.
[vii] Rijksarchief Beveren (hierna RAB), Schepenbank Beerse, D009, inv.nr. 149, fol. 69, 27 sept. 1663, met kanttekening van 9 jan. 1697; inventarisnummer te controleren.
[viii] RAB, Oud Archief Halle, inv.nr. 41, fol. 158 en 161.
[ix] http://matthee.info/hypothese/ (geraadpleegd 31 okt. 2026).
[x] FamilySearch, r.k. parochie Vosselaar, doopaantekeningen 1657-1686, film 008427791, 14 aug. 1661; Halle (Zoersel), r.k. doopregister, 6 april 1664 en 30 mei 1665, vindplaats nog aan te vullen.
[xi] FamilySearch, r.k. parochie Beerse, doopaantekeningen 1610-1791, film 007940205, 12 nov. 1673.
[xii] FamilySearch, r.k. parochie Vosselaar, doopaantekeningen 1657-1686, film 008427791, opn. 126, 25 april 1673.
[xiii] Oud Gemeentearchief Beerse, inv.nr. 148, fol. 153v, 1681 (deling); inventarisnummer te controleren.
[xiv] R.k. parochie Sint-Lambertus Beerse, begrafenisakten 1636-1688, opn. 78/103, dec. 1685.
[xv] FamilySearch, Schepenbank Beerse, staten van goed 1686-1689, vol. 192, film 008699236, opn. 6-16, okt. 1686.
[xvi] Idem, opn. 168-171, 9 mei 1688.
[xvii] FamilySearch, Schepenbank Beerse, rechterlijke registers 1686-1707, vol. 148, film 008699082, opn. 314-320, fol. 296-299v, 24 okt. 1696.
[xviii] Eigen vondst van de auteur (2018); vindplaats nog aan te vullen.
[xix] FamilySearch, Schepenbank Beerse, staten van goed (tutelle) 1665-1687, vol. 189, film 008699237, opn. 29, 86, 90, 108, 136, 138, 176-177, 197, 209, 218, 257, 291 en 293; idem, staten van goed 1684-1685, vol. 190, opn. 319, 5 maart 1684.
[xx] RAB, rekeningen en bewijzen van een smid te Beerse 1670-1675, fol. 116-117; toegang nog aan te vullen.
[xxi] FamilySearch, Schepenbank Beerse, staten van goed 1686-1689, vol. 192, film 008699236, opn. 6-16, okt. 1686.
[xxii] Idem, opn. 59-61, juli 1687, met kanttekening van 29 sept. 1687.
[xxiii] FamilySearch, Schepenbank Beerse, rechterlijke registers 1686-1707, vol. 148, film 008699082, fol. 350-350v, 24 maart 1698.
[xxiv] J. de Ferraris, Kabinetskaart der Oostenrijkse Nederlanden en het Prinsbisdom Luik (z.p. 1771-1778), Koninklijke Bibliotheek van België, Brussel; geraadpleegd via een online kaartviewer, 31 okt. 2026.
[xxv] FamilySearch, Schepenbank Beerse, rechterlijke registers 1686-1707, vol. 148, film 008699082, fol. 297v-299, 24 okt.-14 nov. 1696.
[xxvi] Idem, fol. 360-361v, 24 juli 1698.
[xxvii] FamilySearch, r.k. parochie Beerse, begraafaantekeningen 1634-1791, film 007940205, opn. 447, 8 juli 1737.
[xxviii] R.k. parochie Sint-Lambertus Beerse, huwelijksakten 1688-1703, opn. 25/34; de dag is gelezen als 31 (tussen inschrijvingen van 21 jan. en 5 maart); eerder vermeld als 21 jan. en als Turnhout 31 maart 1693.
Geef een reactie
Je moet ingelogd zijn op om een reactie te plaatsen.